Hoe helpen

 

Hoe kan je omgaan met iemand die ocs heeft?

 

We gaan dit onderverdelen in een paar belangrijke punten, die we zelf heel goed kunnen verwoorden tgv onze ervaringsdeskundigheid.

 

  • Het is niet goed om de persoon op te zadelen met extra schuldgevoelens. Zeg niet tegen de patiënt: je doet dat jezelf aan. Dat is toch onzinnig, hoe zouden we dit onszelf aandoen, iets die ons emotioneel zo hard raakt, die zoveel tijd opslokt, die zo'n grote invloed heeft op het dagelijks functioneren,... het is niet de fout van de patiënt, hij moet ervan verzekerd worden dat hij of zij niet het probleem is, maar een probleem heeft. Er is een groot verschil hiertussen.
  • Gewoon tegen mensen met een dwangneurose zeggen dat zij moeten ophouden met wassen of met controleren, zal waarschijnlijk niet helpen. Er komt meer dan wilskracht bij kijken. Mensen met ocs kunnen zomaar niet stoppen met hun dwanghandelingen. Daarvoor is de dwang te sterk. Zoals eerder gezegd dienen patienten met medicatie en gedrasgstherapie te proberen om verbetering te krijgen in hun situatie.
  • Een bekende valkuil bij ocs is het volgende: de patiënt wordt zodanig onzeker dat hij, zelf als hij zijn rituelen uitvoert, weinig gerustgesteld wordt. De neiging kan dan naar boven komen om door iemand anders gerustgesteld te worden. Vragen als, is dit ok, is er iets ergs gebeurd, ... komen dan op. Het is echter belangrijk te vermelden dat de dwangstoornis eigenlijk bij de persoon in kwestie moet blijven, en niet extra bij zijn omgeving. Eigenlijk mag de omgeving de patiënt niet helpen in zijn dwangrituelen, want zo worden zij ook slachtoffer. Als iemand de gewoonte zou ontwikkelen om geruststelling aan anderen te vragen, loopt dit later uit de hand, zodanig dat de patiënt eigenlijk afhankelijk wordt van zijn omgeving, wat een stap achteruit is! Ikzelf heb dit ook soms gehad, dat ik mijn moeder vroeg, is het ok, of dat ik nu aan mijn vrouw geruststelling vraag. Maar ik probeer dat te beperken. Meer informatie over het vragen van geruststelling is te vinden in het boek van dr Lee Baer, hoogleraar, in zijn boek Alles Onder Controle.
  • Ga allereerst na hoe u er zelf tegenover staat. Indien u gelooft dat de patiënt zwak, lui of koppig is, zal hij of zij dat onveranderlijk merken en niet gemotiveerd zijn om iets ter verbetering te doen. Indien iemand die indruk krijgt, moet hij of zij bedenken dat mensen met deze stoornis vaak enorm vermoeid zijn, ocs is echt een energievreter. Reken daarbij nog de bijwerkingen van de medicatie, en het is niet verwonderlijk dat de patiënt meer slaapt dan gewoonlijk.
  • Praat met de patiënt. Een vertrouweling hebben die openhartig en eerlijk is, is vaak de eerste stap voor de patiënt om de symptomen de baas te worden. Luisteren is van groot belang. Persoonlijk ben ik bvb bereikbaar voor mensen met ocs. Het is al voorgevallen dat iemand veel belde, gewoon om haar hart te luchten. Nadien zei ze dat ik een enorme steun was geweest. Erkenning van de problemen van de patiënt is heel belangrijk. Ook empathie kan helpen, je verplaatsen in de situatie waar de persoon zich in bevindt.
  • Trek geen vergelijkingen. Ocs uit zich in overweldigende impulsen die niet te vergelijken zijn met wat niet-patiënten ervaren. Het heeft daarom meestal geen zin te vertellen hoe u met uw impulsen omgaat. Zeggen dat u maar één keer iets controleert en dat het dan ok is, heeft geen zin. Bij u dringt de informatie door dat het ok is, bij iemand met ocs dringt die informatie niet meer door.
  • Help de patiënt zich reële doelen te stellen en die te bereiken. Kies een symptoom uit en stel een reeks doelen vast om het de baas te worden. Begin met het doel dat het minst moeilijk te bereiken is. Eén doel zou bijvoorbeeld kunnen zijn niet langer dan een bepaalde tijd te douchen
  • Geef een compliment als er vooruitgang is. Prijzende woorden moedigen juist gedrag aan. Elke stap vooruit — hoe gering ook — is belangrijk. Geringe stappen opgeteld vormen later een grotere stap!
  • Als je iemand hebt in je naaste omgeving met ocs, spring dan eens binnen voor een gesprek, bel de persoon eens op, luister naar zijn/haar frustraties. Nodig hem uit voor sociale activiteiten, want ocs heeft hier een zeer grote invloed op. Blijven buitenkomen is de boodschap!